Bodemonderzoek: opruimen van de erfenis uit het verleden

Bodemonderzoek: opruimen van de erfenis uit het verleden

Dat het fijn werken is binnen AT MilieuAdvies blijkt wel uit de lange dienstverbanden. Projectleider Bodemonderzoek, Willeke van Wolferen, werkt sinds 8 jaar bij het bureau in Lekkerkerk en is daarmee, van de projectleiders, degene die er het kortste werkt. ‘In deze baan vind ik verdieping en uitdaging, dat houdt het leuk,’ aldus Willeke.

werk 118 Willeke 500 breed

 

Willeke is altijd al geïnteresseerd geweest in de grond en wat zich daarin bevindt. Dus lag een opleiding HBO Hoger Laboratoriumonderwijs richting milieuchemie, na het VWO voor de hand. ‘Na de HBO verrichtte ik bodemonderzoek en veldwerk bij diverse overheidsinstanties en adviesbureaus. Bij AT MilieuAdvies, waar ik in juli 2007 ging werken, verzorg ik bodemonderzoek en partijkeuringen. Dat ik geen veldwerk meer doe, vind ik soms wel jammer. Maar hoewel het buitenleven fijn is, vind ik in deze baan verdieping. Je bent van A tot Z verantwoordelijk voor een bepaald project. Dan weet je alle ins and outs. De onderzoeken waarbij iets aan de hand is en waarbij een oplossing gezocht moet worden, spreken me het meest aan. ‘Eventuele verontreinigingen zoeken en (sanerings)oplossingen aandragen is een echte uitdaging.’

Vóór en na 1987

Willeke kan zich een opdracht van een particulier in Lekkerkerk nog goed herinneren. ‘De opdrachtgever wilde verbouwen en vroeg een bodemonderzoek aan. Dat was schrikken! Want in de achtertuin kwamen zeer hoge analyseresultaten van zware metalen naar voren. Ik rij daar dagelijks langs op weg naar mijn werk, maar er gebeurt al een tijd niets op die locatie. Dat zie je ook vaak in mijn werk. Projecten liggen jaren stil en vervolgens wordt het weer actueel. Omdat een bodemrapportage een geldigheid van ongeveer 5 jaar heeft, krijgen we regelmatig een opdracht om een bodemonderzoek te actualiseren. Grond is geduldig.’

Willeke werkt nu bijna een kwart eeuw als bodemonderzoeker, en in die tijd is er veel veranderd. ‘Er zijn meer regels, beleid en certificeringen. Daarmee is je dagelijks werk bureaucratischer geworden, maar dat is ook iets waar je ingroeit. We maken op het werk wel onderscheid in ‘vóór en ná 1987’. Sinds 1987 geldt in Nederland de Wet bodembescherming en werd de regelgeving dus veel strenger. Hierdoor is bij de mensen de bewustwording toegenomen. Vroeger werd huishoudelijk of bouwafval, zeker op het platteland, in de grond en in de sloot gestort, omdat men geen weet had van de gevolgen hiervan. Daar ben ik nu nog dagelijks mee bezig: met het opruimen van die erfenis.’